← Terug naar het dashboard

Wat je ziet

Een leesgids bij het Vol Surface Lab: wat elk onderdeel van het dashboard meet, hoe je het leest, en wat het vandaag zegt.

Getallen uit de snapshot van … · BTC-opties op Deribit

In het kort

Een optie is het recht, maar niet de plicht, om bitcoin op een vaste datum tegen een vaste prijs te kopen (een call) of te verkopen (een put). Die vaste prijs heet de strike, de datum de expiry.

Wat zo'n recht kost, hangt vooral af van één ding: hoe hard de markt verwacht dat de prijs gaat bewegen. Hoe onrustiger de verwachting, hoe duurder de optie. Alle andere ingrediënten van de prijs zijn bekend, dus je kunt die verwachting terugrekenen uit wat de optie kost. Dat getal heet de implied volatility (IV): de beweeglijkheid die de markt in de prijs heeft verwerkt, als percentage per jaar.

Dit dashboard haalt elke dag alle BTC-opties van Deribit op, de grootste optiebeurs voor crypto, en rekent voor elk contract die IV uit. Samen vertellen ze hoe onrustig de markt het verwacht, waar ze bang voor is, en welke kansen ze inprijst.

Er zijn drie dashboards: BTC, ETH en SOL, met de knopjes linksboven om te wisselen. Alles wat hieronder staat geldt voor alle drie; de getallen in deze uitleg gaan over bitcoin. Ether en solana zijn doorgaans duidelijk beweeglijker, dus verwacht daar hogere percentages.

Twee panelen ontbreken op de SOL-pagina, en dat is geen storing: Deribit publiceert alleen voor BTC en ETH een volatiliteitsindex (DVOL). Zonder die index is er geen jaarhistorie van de verwachte beweeglijkheid, dus vervallen het jaarbereik en de ex-post-premie. Alles wat uit de optieketen zelf komt, werkt wel.

Vandaag in één oogopslag

Verwachte beweeglijkheid
…
per jaar · 30-daagse ATM-IV
Normale uitslag in 30 dagen
±…
± … rond …
Ingeprijsde kans
…
BTC boven … op …

Een jaarlijkse volatiliteit reken je om naar een kortere periode met de wortel van de tijd: …. Dat is één standaardafwijking. In grofweg twee van de drie gevallen blijft de koers binnen die band, in één op de drie gaat hij erbuiten. Bitcoin heeft vaker dan een normale verdeling voorspelt uitschieters, dus lees het als orde van grootte, niet als belofte.

De vijf tegels bovenaan

Spot
De huidige BTC-prijs. De forward eronder is de prijs voor levering op een latere datum. Die ligt meestal iets hoger, omdat geld lenen in crypto een paar procent per jaar kost.
ATM implied · 30d
De IV van opties met een strike rond de huidige prijs (at the money), omgerekend naar precies 30 dagen. De beurs noteert niet elke looptijd, dus het dashboard interpoleert tussen de dichtstbijzijnde. Zo blijft het getal van dag tot dag vergelijkbaar. DVOL is Deribits eigen 30-daagse volatiliteitsindex, de crypto-tegenhanger van de VIX voor aandelen.
Variance premium · 30d
Wat de markt vraagt voor volatiliteit, min wat er de afgelopen 30 dagen werkelijk aan beweging was. Zie 04.
RR25 · 30d
Of de markt meer betaalt voor bescherming tegen een daling of voor een inzet op een stijging. Zie 03.
Q(BTC > …)
De kans die uit de optieprijzen volgt dat BTC op die datum boven dat niveau staat. Zie 05.

De pijltjes (▲ ▼) onder de tegels tonen de verandering sinds de vorige dag; na een week verschijnt er ook een mini-grafiekje van het verloop. Het label linksboven zegt hoe oud de gegevens zijn. Wordt het oranje (stale), dan is de dagelijkse update mislukt en kijk je naar oudere cijfers. De andere vinkjes zijn controles op het model, zie 07.

Helemaal bovenaan staat een kadertje Worth knowing today. Daarin zet de dagelijkse run de twee of drie dingen die vandaag buiten hun gebruikelijke bereik vallen. Is er niets bijzonders, dan zegt het dat ook.

Waar staat vandaag in zijn eigen jaar?

Onder de tegels staan drie strookjes. Een niveau zegt namelijk weinig op zichzelf: 34% volatiliteit is hoog voor aandelen en rustig voor bitcoin. Elk strookje toont het bereik van het afgelopen jaar, met een streepje op de mediaan en een stip waar vandaag staat. Het percentage erachter zegt hoeveel van het afgelopen jaar lager stond dan nu. Staat de stip rechts, dan is de markt onrustiger dan gebruikelijk; staat hij links, dan is het rustiger dan normaal.

01Het volatiliteitsoppervlak

Eén IV-getal is niet genoeg: elke combinatie van strike en looptijd heeft zijn eigen IV. Zet je ze allemaal naast elkaar, dan krijg je een oppervlak, en de vorm van dat oppervlak is de eigenlijke informatie.

De heatmap lezen

De as heet log-moneyness, k = ln(K/F): de natuurlijke logaritme van strike gedeeld door forward. Nul is ATM, k = −0,25 is een strike zo'n 22% onder de prijs en +0,25 zo'n 28% erboven. Op die schaal liggen een stijging en een daling van dezelfde omvang even ver van het midden.

De smile

Onder de heatmap staat per vervaldatum de smile: de IV van elke strike, met de marktprijzen als punten en een vloeiende lijn erdoor. Die lijn is een SVI-fit, een model met vijf parameters dat een gladde, arbitragevrije curve door de marktpunten legt. Het verschil tussen punt en lijn, het residu, staat eronder in volpunten. Hoe kleiner, hoe beter het model de markt beschrijft.

putscallsSVI-fit
…

Waarom een glimlach en geen rechte lijn? Een eenvoudig model zou alle strikes dezelfde IV geven. De markt weet beter: grote uitschieters komen vaker voor dan dat model aanneemt, dus opties die alleen bij een grote beweging iets opleveren zijn relatief duur. Links (puts, bescherming tegen een daling) en rechts (calls, een inzet op een stijging) loopt de curve daarom op.

02Termijnstructuur

Deze grafiek zet de ATM-IV uit tegen de looptijd. De vorm vertelt wanneer de markt onrust verwacht.

De tweede lijn is de model-free IV: de eerlijke prijs van variantie, afgeleid uit álle opties van een vervaldatum samen, zoals de VIX en DVOL worden berekend. Ze ligt boven de ATM-IV omdat ook de dure vleugels van de smile meetellen. Het verschil is wat de markt extra rekent voor grote bewegingen.

Vandaag

…

03Skew: waar is de markt bang voor?

De 25-delta-opties liggen redelijk ver uit het geld: grofweg één op vier kans dat ze iets opleveren. Het is een standaardmaat, zodat je verschillende looptijden eerlijk kunt vergelijken.

RR25, de risk reversal
IV van de 25-delta call min IV van de 25-delta put. Negatief: bescherming tegen een daling is duurder dan een inzet op een stijging, dus de markt vreest vooral een daling. Positief: de markt jaagt op een stijging, wat vooral voorkomt bij een squeeze. Rond nul: de markt rekent beide kanten even zwaar.
BF25, de butterfly
Het gemiddelde van de twee vleugels min de ATM-IV: de prijs voor een grote beweging, in welke richting dan ook.

RR25 is een betere angstmeter dan het niveau van de volatiliteit, omdat het een verschil is. Stijgt de volatiliteit overal even hard, bijvoorbeeld in een rally, dan beweegt RR25 niet. Schrikt de markt van een specifiek neerwaarts risico, dan zie je het er meteen in.

Vandaag

…

04Variantiepremie: de verzekeringspremie

Wie een optie verkoopt, verkoopt eigenlijk een verzekering tegen beweging. Zoals elke verzekeraar vraagt de verkoper doorgaans iets meer dan het risico dat hij verwacht. Die marge heet de variance risk premium (VRP): de volatiliteit die de markt vraagt, de model-free IV, min de volatiliteit die er daarna werkelijk komt, de realized volatiliteit.

De grafiek met de band laat voor elke dag van het afgelopen jaar zien wat DVOL toen vroeg en wat er de 30 dagen daarna gebeurde. Blauw is premie voor de verkoper, rood is verlies. Het typische patroon is vaak een kleine winst en af en toe een harde klap: zo ziet het rendement van volatiliteit verkopen eruit.

Waarom er een t-waarde bij staat

Realized volatiliteit meten over een paar dagen is onnauwkeurig: vijf dagkoersen zeggen weinig. De t-waarde zegt hoeveel standaardfouten groot de premie is; onder de 2 is ze niet te onderscheiden van toeval. Om dezelfde reden telt de historie minder dan het lijkt. De dagelijkse 30-daagse vensters overlappen elkaar bijna volledig, dus een jaar data levert maar zo'n twaalf onafhankelijke metingen op.

Vandaag

…

05Kansverdeling

Uit de prijzen van calls met oplopende strikes kun je een volledige kansverdeling afleiden (Breeden en Litzenberger, 1978). Hoe snel een call goedkoper wordt naarmate de strike stijgt, verraadt hoeveel kans de markt aan elke prijs geeft. Het dashboard doet dat voor elke vervaldatum.

…
Belangrijk

Dit is een risico-neutrale kans: wat de markt ervoor rekent, inclusief de premie voor risico. Het is geen voorspelling van de echte kans. Omdat beleggers extra betalen voor bescherming tegen een crash, overschat deze verdeling meestal de kans op grote dalingen. Lees het als "wat de markt inprijst".

De verdeling is scheef naar rechts, want de koers kan niet onder nul maar wel onbeperkt stijgen. Dat is rekenkunde, geen optimisme. Waar de markt écht bang voor is, lees je af aan de skew in 03.

De prijstrechter

Boven de kansverdeling staat dezelfde informatie, maar uitgezet in de tijd: voor elke vervaldatum de mediaan, met een band van 50% en een van 90% eromheen. De trechter begint vandaag bij de huidige prijs en waaiert uit met de wortel van de tijd, omdat onzekerheid zich opstapelt.

Lees hem niet als een koersvoorspelling. Het is de bandbreedte die de optiemarkt prijst, risicopremie inbegrepen. Het gemiddelde van elke doorsnede is per definitie de forward, en omdat beleggers betalen voor bescherming tegen een crash is de onderkant dikker dan een eerlijke kansinschatting zou zijn. Wat je er wél uit haalt: hoe breed de markt de onzekerheid inschat, en hoe snel die breedte toeneemt naarmate je verder vooruitkijkt.

06Positionering: waar zit de markt?

Alle voorgaande secties gaan over prijzen. Deze gaat over posities. De open interest is het aantal contracten dat op dit moment openstaat per strike: hoeveel calls en hoeveel puts er daadwerkelijk in de markt liggen. Calls staan boven de as, puts eronder.

Dit is het enige paneel dat niet uit het model komt maar rechtstreeks uit de optieketen, inclusief de strikes die diep in-the-money zijn en die de kalibratie juist negeert. Grote stapels open interest zijn interessant omdat ze de handel eromheen sturen: wie die contracten heeft verkocht, moet zich indekken, en dat indekken beweegt mee met de koers.

Max pain

De verticale lijn met het label max pain is de koers waarbij de houders van alle opties samen het minst uitbetaald krijgen. Je rekent hem uit door voor elke mogelijke slotkoers op te tellen wat alle calls en puts zouden uitkeren, en te kijken waar die som het laagst is.

Lees het als een landmerk, niet als een voorspelling. Het is rekenkunde over openstaande posities, en diep in-the-money contracten die toch wel uitgeoefend worden trekken het getal flink opzij. Het verschuift ook zodra posities veranderen. Wat het wél zegt: waar het uitstaande boek zwaar ligt.

De verhouding put/call in de tabel is een ruwe stemmingsmeter: meer dan 1 betekent dat er meer puts dan calls openstaan. Voorzichtig daarmee: een put kan net zo goed gekocht zijn als bescherming als verkocht zijn voor premie, en de richting van die handel zie je hier niet.

07Diagnostiek: kun je het vertrouwen?

De groene vinkjes bovenaan het dashboard zijn controles dat het model geen onmogelijke prijzen bevat. Zonder die controles kan de kansverdeling uit 05 onzin zijn.

Butterfly-arbitrage
Faalt deze, dan zou de kansverdeling ergens negatief zijn, en een negatieve kans bestaat niet.
Calendar-arbitrage
Een optie met een langere looptijd mag nooit goedkoper zijn dan dezelfde optie met een kortere. Anders ligt er gratis geld op tafel.
Wings / 2
De vleugels van de smile mogen niet sneller oplopen dan een wiskundige grens (Roger Lee, 2004). Daarboven zou de verdeling geen eindige spreiding meer hebben.
RMSE
De gemiddelde afwijking tussen model en markt, in volpunten. Onder de 1 is het model preciezer dan het verschil tussen bied- en laatprijs.
Martingaal
Het gemiddelde van de kansverdeling moet gelijk zijn aan de forward. Wijkt het meer dan een paar basispunten af, dan klopt de kalibratie niet.

Haalt een dagelijkse run deze controles niet, dan wordt de site die dag niet bijgewerkt en blijft de vorige versie staan.

Wat dit niet is

Woordenlijst

Call / put
Het recht om te kopen / verkopen tegen de strike.
Strike
De afgesproken prijs in een optie.
Expiry
De vervaldatum. Deribit heeft dagelijkse, wekelijkse, maand- en kwartaalopties, die allemaal om 08:00 UTC afwikkelen.
Forward
De prijs voor levering op een latere datum.
ATM, at the money
Een strike ongeveer gelijk aan de huidige prijs.
Implied volatility (IV)
De jaarlijkse beweeglijkheid die in een optieprijs zit.
Realized volatility
De beweeglijkheid die er werkelijk was, gemeten aan de dagelijkse koersen.
Volpunt
Eén procentpunt volatiliteit: van 36% naar 37% is één volpunt.
Basispunt (bp)
Een honderdste procent.
Delta
Hoeveel een optie in waarde verandert als BTC één dollar beweegt; ruwweg ook de kans dat de optie iets oplevert.
DVOL
Deribits 30-daagse volatiliteitsindex voor BTC.
SVI
Stochastic Volatility Inspired, het model dat de smile per vervaldatum beschrijft (Gatheral, 2004).
Arbitrage
Risicoloze winst door een tegenstrijdigheid in prijzen. Een goed model laat er geen toe.